Meervoudige waarderingsbenadering
Niet één getal, maar inzicht in wat uw onderneming waard kan zijn.
Vergelijk vier waarderingsmethoden onder conservatieve, basis- en optimistische aannames. U ziet steeds het verschil tussen ondernemingswaarde en aandelenwaarde, inclusief de invloed van schuld, cash en bijzondere risico’s.
circa 12–18 minuten
Uw concept blijft op dit apparaat. Centrale opslag vindt alleen plaats na afzonderlijke toestemming.
Begrippen in gewone taalOpen de uitleg wanneer een financiële term niet bekend is.
- EBITDA
- Het resultaat uit de normale bedrijfsvoering vóór rente, belasting en afschrijvingen. Het is een grove maatstaf voor verdienkracht, maar niet hetzelfde als nettowinst of geld op de bank.
- Multiple
- Een vermenigvuldigingsfactor. Bij 4× EBITDA wordt de duurzame EBITDA vier keer genomen om de ondernemingswaarde indicatief te schatten.
- DCF
- Discounted cash flow: verwachte toekomstige vrije kasstromen worden teruggerekend naar wat zij op de waardepeildatum waard zijn.
- Vrije kasstroom
- Het geld dat de bedrijfsactiviteiten opleveren nadat belasting, noodzakelijke investeringen en veranderingen in werkkapitaal zijn verwerkt, maar vóór financiering.
- Ondernemingswaarde (EV)
- De waarde van de operationele onderneming vóór aftrek van rentedragende schuld en vóór toevoeging van vrij beschikbare cash.
- Aandelenwaarde (equity value)
- De waarde die aan de aandeelhouders toekomt nadat schuld, cash en overige correcties in de ondernemingswaarde zijn verwerkt.
- Disconteringsvoet / WACC
- Het vereiste rendement waarmee toekomstige kasstromen worden teruggerekend. Een hoger risico geeft meestal een hogere disconteringsvoet en daardoor een lagere waarde.
- Terminale waarde
- De geschatte waarde van alle kasstromen ná de expliciete prognoseperiode. Deze aanname kan een groot deel van de DCF-uitkomst bepalen.
- Aangepaste nettovermogenswaarde
- De actuele economische waarde van alle bezittingen minus alle verplichtingen. Boekwaarden worden zo nodig aangepast naar realistische waarden.
- Going concern
- Het uitgangspunt dat de onderneming haar activiteiten naar verwachting kan voortzetten en niet op korte termijn hoeft te stoppen of te liquideren.
- Normalisatie
- Het corrigeren van incidentele, privé- of niet-marktconforme posten om de structurele verdienkracht beter te benaderen.
- LTM
- Last twelve months: de financiële resultaten van de meest recente aaneengesloten twaalf maanden, ook als die niet gelijklopen met het boekjaar.
- Werkkapitaal
- Geld dat vastzit in de dagelijkse bedrijfsvoering, zoals voorraden en debiteuren, verminderd met kortlopende leveranciersschulden. Een tekort of overschot kan de aandelenwaarde beïnvloeden.
- Debt-like posten
- Verplichtingen die economisch op schuld lijken, zoals achterstallige belasting, bepaalde leases, pensioenachterstanden of uitgestelde noodzakelijke investeringen.
- Benchmark
- Een vergelijkingsbasis uit recente transacties, sectorgegevens of een databank. Een goede benchmark past bij sector, omvang, regio en peildatum van de onderneming.